Sinds de doorbraak van het coronavirus in Nederland en het gaandeweg inperken van onze bewegingsvrijheid krijg ik verzoeken om mee te doen aan poëzie-kettingmails. Een charmant idee en degenen die mij hiervoor uitnodigen kennen mijn liefde voor poëzie. En toch voel ik een weerstand hier aan mee te doen (en heb ik tot dusver geweigerd en zal ik dat blijven doen). Ik juich het wel toe dat er een groep mensen (hernieuwde) interesse tonen in de dichtkunst. Ik heb altijd een sterke relatie gezien tussen enerzijds de dichtkunst en anderzijds psychotherapie. Menig supervisor verwees me naar de poëzie in plaats van naar vakliteratuur en ik ben ze daar dankbaar voor, want poëzie biedt de mens een rijkere taal dan welke andere taal ook. Waarbij ik me haast te zeggen dat ook de literatuur deze functie vervult.

Therapeutisch proces = poëzie

De relatie tussen het therapeutisch proces en poëzie zit als volgt: vrijwel elk therapeutisch proces dat de diepte ingaat stuit vroeg of laat op de impasse. In de gestalttheorie is de impasse de contactlaag of het therapeutische beslismoment waar alle houvast weggevallen is. Zowel therapeut als cliënt weten het niet meer, zijn verward, voelen geen houvast en dienen op zoek te gaan naar een andere weg, hetgeen een andere taal is. Herijken en vinden van nieuwe woorden, verschuivende betekenisgeving aan reeds bestaande ervaringen. Niet zelden een soort van paradigmaverschuiving.

Zo’n proces kost, evenals elk creatief proces, moeite en tijd. De uitkomst van zo’n proces laat zich nauwelijks van te voren voorspellen en is als het ware een waarheid die alleen tussen de therapeut en cliënt ontstaat. Evenzo is het met de dichtkunst. Wanneer we geraakt worden door beeldend woordgebruik of een woordspel, die ons in de dagelijkse omgang ontgaat, kan er een korte verwarring, een lichte verschuiving van hoe we de wereld waarnemen teweeggebracht worden. Poëzie ontbergt een mogelijkheid in de wereld die tot daarvoor verborgen bleef. Zo ook een therapeutisch proces, die iets onthuld, iets wezenlijks naar voren brengt, waarna een nieuwe, andere weg zich aandient.

Nieuwe taal

De eerste ingeving die ik kreeg na het ontvangen van het verzoek van een poëzie-kettingmail is dat ik dit soort initiatieven op veel andere vlakken gemist heb. Zo moest ik denken aan de beelden die vorig jaar ruim rondgingen over slachthuizen en de ons al langer bekende gruwelpraktijken in de industriële veehouderij. Ga daar maar eens iets rondom dichten. Zoek daar maar eens naar woorden die, al dan niet bloemrijk, die gruwelijkheid dichterbij kunnen brengen en zie dan nog maar eens of je een voorstander blijft van goedkoop dierenleedvlees.

Ik moest ook denken aan mijn tijd in een Ggz-instelling, waar het management de verschillende patiëntpopulaties aanduidde als productgroepen. Voor mij toentertijd een van de redenen te vertrekken en weg te blijven bij de Ggz. Zoals ik ooit van Wittgenstein leerde geeft de taal die men bezigt weer hoe men de wereld waarneemt. En ook de Ggz verkeert in zwaar weer, met al haar wachttijden en een vastlopende organisatiestructuur, waar iedereen in een diagnose-behandelmodel gepropt moet worden, waar burn-out welig tiert en waar mensen het plezier in hun werk kwijtraken. Tegelijkertijd staat er een hele groep kwalitatief geschoolde, ervaren psychologen klaar, die bereid zijn zorg op maat te bieden, maar een papiertje missen (de BIG-registratie).

Ik neem van mijn lezer aan dat het besef indaalt dat ingrijpen in onze natuurlijke leefomgeving vroeg of laat zich tegen ons keert. Of dat nu op macroschaal is, waarin hele natuurgebieden gesloopt worden voor exploitatie van het een of ander, of op microniveau, waar mensen over hun grenzen blijven gaan tot ze niet meer kunnen en ziek thuis komen te zitten. De tijd is er rijp voor om een nieuwe sensitiviteit te ontwikkelen zowel naar ons zelf als naar onze leefwereld. Dat we gaan beseffen dat er veel meer met elkaar samenhangt dan de ratio kan bevatten. We zullen nog genoeg fouten maken om tot dergelijk besef te komen, want de impasse waar we ofwel reeds ingeraakt zijn, of in terechtkomen zal tijd en moeite kosten voor een nieuw antwoord.

Haiku

Om die sensitiviteit wat voedsel te geven (en de e-mailers toch wat tegemoet te komen) loop ik hieronder een aantal van mijn favoriete dichtkunsten en dichters bij langs.

Stel je een weide voor, met een oude molen en een klein vijvertje bij die molen. De molen is al jaren geleden verlaten en enig verval is zichtbaar. De weide ligt er wat braak bij. Een projectontwikkelaar zou er een leuk centje aan kunnen verdienen. Maar de fietser of wandelaar die langskomt kan gegrepen worden door de rust die van die verlaten molen uitgaat. En een dichter als Bâsho (17e eeuw, Japan) wist als geen ander, middels de haiku-dichtkunst een dimensie toe te voegen aan bovenstaand landschap.

Ach oude vijver
een kikker springt erin
geluid van water

De haiku is een dichtkunst die van de beperking meesters kan maken. Namelijk in 3 regels, bestaande uit 5, 7 & 5 lettergrepen poogt men een ervaring, meestal in verband met de natuur, uit te drukken.

En nu (8 april 2020) het volop lente is: Kobayashi Issa (18e eeuw, Japan) treft mij met deze scherpe observatie:

Zie, zo’n lentedag
blijft altijd langer talmen,
waar er water is

Nederland kent eveneens een keur aan geweldige dichters. J.C. Bloem, Lucebert, Paul Rodenko, Jean-Pierre Rawie en (ik kan door blijven gaan). In het verlangen naar een stilte in onze stilgevallen wereld trof ik in Nijhoff een fragment uit ‘Het Uur U’ aan, dat precies datgene doet wat ik hierboven beschrijf, een toevalligheid uit de wereld ontbergen:

dit meldt het uur u,
nu gaat het beginnen, nu
verdwijnt de onzekerheid
van de mij gegunde tijd,
nu is het voor alles te laat.
De stilte die dan ontstaat
is een stilte, niet slechts naar de vorm
een stilte voor de storm,
maar een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.

Om tot slot met de Russische dichter Arseny Tarkovsky te eindigen. Diens zoon is een waar beelddichter en wellicht bij de lezer bekend (en zo niet, foei!). Andrej Tarkovsky (de zoon) maakte 7 films, die allen van een tijdloze schoonheid zijn. Uit de Spiegel komt dit beeld:

En vader Arseny schreef onderstaand gedicht, die zoon Andrej in diens film Stalker liet reciteren:

De zomer is voorbij
alsof er geen zomer is geweest.
Het is aangenaam in de zon.
Maar dat is niet genoeg.

Al wat er kon zijn
werd als een vijfvingerig blad
direct in mijn hand gelegd.
Maar dat is niet genoeg.

Vergeefs ging goed
noch kwaad voorbij.
Alles had een heldere gloed.
Maar dat is niet genoeg.

Het leven nam me onder zijn vleugels,
beschermde me, redde me,
ik had werkelijk geluk.
Maar dat is niet genoeg.

De bladeren zijn niet verbrand,
de takken niet gebroken.
De dag is als schoongespoeld glas.
Maar dat is niet genoeg. 

ps. de haiku’s die ik gebruikt heb, zijn met gemak op internet te vinden, evenals het dicht van M. Nijhoff.

Vertel uw netwerk over ons

1 comment on “Wat rijmt er op corona?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *